In an opinion article by Dutch Minister of Economic Affairs Maxime Verhagen recently published on NRC Handelsblad, he welcomes Chinese companies to invest in the Netherlands and emphasizes that foreign investment will make the Netherlands and Europe stronger, bringing more capital, jobs, innovation and opportunities, thus it's in the interest of the Netherlands and Europe to continue welcoming foreign investment with open arms. The full text of this article is as follows:
In Nederland en Europa groeit de argwaan jegens buitenlandse bedrijven. Zijn buitenlandse bedrijven uit op het leegzuigen van Nederlandse bedrijven? Hollen ze onze strategische sectoren uit? De overnamestrijd om Draka tussen het Chinese Xinmao en het Italiaanse Prysmian leidde tot oproepen om barrières op te werpen tegen investeringen uit opkomende economieën. Stemmen gaan op om alvast maar lijsten aan te leggen van buitenlandse bedrijven die in staatshanden zijn, opdat we hun tegoeden gemakkelijker kunnen bevriezen.
Dit is de verkeerde weg. We moeten ons blijven inzetten voor een goed werkende interne markt en een open blik naar de wereld. Daarbij hebben burgers en werknemers het meeste baat.
In Nederland werkt bijna een op de zes mensen in de private sector voor een buitenlands bedrijf. Dat zijn bij elkaar zo'n 800.000 mensen. Buitenlandse bedrijven zijn goed voor maar liefst 31 procent van de omzet en 33 procent van de private uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling in Nederland. Bovendien zijn ze gemiddeld productiever, winstgevender en innovatiever dan de Nederlandse. Zij brengen ons dus niet alleen nieuw kapitaal, maar ook nieuwe kennis en ideeën, energie en dynamiek. Dat prikkelt Nederlandse bedrijven om beter te presteren en meer te innoveren. Zo ontstaat een opwaartse spiraal. Dat levert Nederland nog meer nieuwe banen, nog meer hoogwaardige kennis en een sterkere concurrentiepositie voor onze bedrijven op buitenlandse markten op.
Het zou hypocriet zijn om een dam op te werpen tegen buitenlandse overnames. Die plegen Nederlandse bedrijven ook in het buitenland. Sterker nog, Nederlandse bedrijven hebben veel meer investeringen in het buitenland uitstaan dan andersom. Volgens de laatste cijfers is de stand ruim 200 miljard euro in het voordeel van Nederland. In veel landen zijn we de tweede of derde buitenlandse investeerder.
Niet elke buitenlandse investering is een succesverhaal, zie bijvoorbeeld de voorgenomen reorganisatieplannen van het Amerikaanse moederbedrijf van MSD-Organon in Oss. De directie van een buitenlands bedrijf neemt weleens beslissingen die slecht uitpakken voor de werknemers en de activiteiten in Nederland. Datzelfde geldt voor de Nederlandse directie van buitenlandse dochters.
Ik zie dat het Rotterdamse containerbedrijf ECT nieuwe kansen heeft gekregen dankzij Hutchison Whampoa uit Hongkong, Hoogovens dankzij het Indiase Tata Steel, DAF Trucks dankzij Amerikaans kapitaal en Océ dankzij het Japanse Canon. Burg Industries groeit weer, na een Chinese overname, en Vredestein na een overname uit India. Onze chemische sector heeft baat bij de aanwezigheid van grote Saoedische spelers als Sabic en Aramco. Onze internationale reputatie als agrofood-land wordt versterkt door de aanwezigheid van zuivelgiganten als het Franse Danone en het Nieuw-Zeelandse Fonterra.
Investeringen uit het buitenland maken Nederland en Europa sterker. Wij hebben alle reden om onze open economie te koesteren. Alleen zo kunnen we inspelen op nieuwe kansen, zoals de snelle groei van Azië, waarvandaan de komende decennia steeds meer economische groei en kennis zal komen. Daarvan kunnen wij meer profiteren, juist in de topsectoren van onze Nederlandse economie, zoals energie, life sciences, water en tuinbouw.
Mijn zorg is daarom niet dat Chinese bedrijven in Nederland zouden investeren, maar dat ze dat te weinig doen. Ze hebben in Nederland weliswaar evenveel investeringsprojecten lopen als in Italië of Spanje, maar dit moet beter kunnen, met onze strategische ligging in Europa, ons gunstige investeringsklimaat en onze sterke beroepsbevolking.
Dat lukt alleen met een uitmuntend vestigingsklimaat en volop ruimte voor vernieuwend ondernemerschap. Dat is de inzet van mijn nieuwe bedrijvenbeleid. Ook zoeken we actief naar nieuwe investeerders.
Laten we ons niet verschuilen achter de dijken. Een open klimaat voor handel en investeringen is een van de stevigste fundamenten onder onze welvaart. Elk buitenlands bedrijf is daarom welkom in Nederland, mits het zich houdt aan onze arbeidsvoorwaarden. De vakbonden maken zich daarvoor terecht sterk. Ook de werkgevers hebben daarbij alle belang.
Overheden moeten een gelijk speelveld en eerlijke concurrentieverhoudingen tot stand brengen. Als we foute investeerders willen aanpakken, doen we dat het effectiefst met onze partners in de Europese Unie of de Verenigde Naties. Daarvoor bestaan genoeg mogelijkheden, zoals de Libië-wetgeving bewijst waarmee we geldstromen naar de Gaddafi-clan afsnijden.
Buitenlandse investeringen zijn goed voor banen, groei en innovatie, juist in sectoren waar Nederland uitblinkt. Ze maken de Nederlandse economie sterker en concurrerender, waardoor Nederlandse bedrijven in het buitenland extra kansen krijgen. Het is essentieel dat Nederland en Europa buitenlandse investeerders blijven ontvangen, met open armen.